Ha bezoekers

Mijn weblog was zolang niet bereikbaar dat ik bijna zou vergeten dat ik er een heb. Vandaag, vrijdag de dertiende,  wens ik al mijn bezoekers een heel fijn 2012, want ook dat zou ik bijna vergeten.
Binnenkort ga ik misschien aan de slag met mijn weblog. Ik weet het nog niet, ergens vind ik het wel prima om in plaats van te internetten wat vaker op stap te gaan. Vogels kijken, naar mensen luisteren, een praatje hier, een babbeltje daar. Van de andere kant is een weblog natuurlijk ook een soort van visitekaartje.
Een van mijn voornemens voor 2012 blijft vooralsnog: minder vaak internetten. Elke dag een praatje maken met bijvoorbeeld de buurvrouw of iemand in de winkel, vaker naar lezingen gaan, wandelen, me richten op mensen waar ik van houd en die van mij houden. Zo heel veel meer hoeft het dit jaar niet te zijn.  Intussen is het voor u, lieve bezoeker, helemaal niet onverstandig om mijn weblog gewoon te blijven volgen. Ook over een babbeltje, een vogel, een lezing, is voldoende te vertellen dus ik duik wel weer op.
Een jaar van bezinning en rust, zo stel ik me 2012 voor.

Lieve groet,

Jeanine

Pauwenveren en judaspenning

Alweer een poos geleden kondigde ik aan dat er een nieuwe haikubundel in aantocht is. Zowat precies op dat moment ging web-log.nl verhuizen  en kon ik helaas niet meer op mijn weblog. Ik kan u nu vertellen dat Pauwenveren en judaspenning intussen is verschenen. Het is een prachtige bundel geworden. De illustraties in de bundel en de omslag zijn van de hand van grafisch vormgever Jan van Woensel. De bundel kost u slechts 12,50 plus verzendkosten.

De haiku’s zijn onderverdeeld in series, daardoor  kregen de haiku’s een versterkende werking op elkaar, maar u kunt ze gewoon afzonderlijk van elkaar lezen, ze kunnen uitstekend op zichzelf staan.

Pauwenveren en judaspenning telt 48 pagina’s.

Stuur me een mailtje als u belangstelling heeft: jeaninehoedemakers@home.nl

Leest u vooral ook even de recensie die Joop Leibbrand over de bundel schreef, u kunt dan tevens de omslag zien:

http://meandermagazine.net/wp/2011/11/de-kleur-van-verstaan/

 

Niet dat ik vergeten ben

van mijn brief aan jou
zijn twee pagina's leeg gebleven
laat ik ze zo of vul ik ze
met praten

met verwarring scheppen heb ik
de tijd verlaten en de tijd heeft mij
het vredig zijn geleerd

vereerd ben ik
me zo met overslaan te mogen meten

niet dat ik vergeten ben
je ogen te onthouden
of het gebied dat jouw domein
van beklemming werd

niet dat ik
je niet beter had willen tekenen
zo jij ook mij
anders had zullen schetsen

we kwetsen niet expres
we staven elkaar hooguit
vanuit herinneringen die moeiteloos
tot in de eeuwigheid
in harten en hoofden rondzingen

niets doen we opzettelijk maar soms
duikt uit het zwarte ooit een dier op
met slagtanden en grauwe lompe poten
nagels en snavels om te klauwen en
te knagen aan de onverzettelijkheid
van die geliefde die soms ineens de vijand is

we doen voor elkaar niet onder
gut nee
al zijn we soms als vleugels zonder engel
als de hoeven van de duivel
zonder duivel
alles gebeurt in navolging
iets in ons komt nooit echt los

bij wie en waar het kan leeft schaamte
zich onbekommerd uit

Lief doorsnee meisje

nu ik in één oogopslag je
halslijn zag
denken moest aan flamingox92s
in paringstijd
de draaibeweging van je hoofd
volgde en zo  met je meekeek
naar het vuilnisbakkie
dat een poedeltje nam
besef ik
dat we giraffen hadden kunnen zijn

net zo goed
als mantelmeeuwen

of pinguxefns
levend op een reuze rug
van ijs

Valkuil

zal ik hem
mijn telefoonnummer geven
en zeggen
dat er een man in een gat
van de aarde viel
precies op het moment
dat we afscheid namen
en dat ik hem nariep
bel me

en dat ik het gat
met mijn jas bedekte en
naar binnen ging om op te schrijven
dat ik met mijn jas
de aarde dichtte

of
nu ik er toch over begon
zal ik hem opbiechten
dat het mijn bedoeling nooit was
hem te vragen

dat dit nu zox92n voorbeeld is
van een ondoordacht besluit
en dat het typisch mij is
daar op terug te komen

Voor nu

als straks het licht uit is
niet die schemerlamp, de kroonluchter
of de tuinlantaarn maar
het grote licht
waarin het zomer worden kon en de uren
elkaar aflosten als wachtlopende soldaten

waar de bomen het zwijgen beheersten
en geuren zich over neusvleugels legden
voorzichtig, als stemmen van roomwit tule

als het toegegeven is dat
over eigen schaduwen springen
onmogelijk gebleken is en dat met de sprong
over het profiel op de muur
slechts een matig succes werd geboekt

dat licht
waarin elke sproet elke vlek
een betekenis werd toebedeeld
gelijk theebladeren iets zeiden
over de huid van de toekomst
waarin al het besprokene zwaarwichtig
of te licht bevonden werd
dan

voor nu zeg ik geniet
van het nachtlampje, de maan
het fluoriserende gevoel dat op een dag 
je hart van nagloeien voorziet

Effect

stampvoetende en dravende dames
met rozen opgespeld
ze hadden kunnen zingen
of zoemen gelijk muggen maar
zo ze de handen wringen
de een haar roos draagt
fier en trouw aan de dag
terwijl de ander
door de roos gedragen
het leven vergeet

toon me uw geest mevrouw
en ik toon u mijn gedachte
ik draag hem voor
als betreed ik het toneel van een theater
waar xe9xe9n gast slechts het publiek is
iemand waar ik naar knikken zal
altijd weer
als naar het belang van elk moment
waarin ik geven kan
om dit en dat en waar ik voor sta

toon me uw voeten mens
ik wijs de lijnen aan die naar uw klachten leiden
de nieren, het hart
de rode loper die opgerold in
uw woorden ligt

in stilte onderschep ik
de boemerang van het gebeuren
smelt voor een tel van herkenning

Smeekbede van een hommel

Het gedicht over de hommel en de bij is een van de eerste gedichten die ik schreef. Ik was dertien, misschien veertien. Ik plaats het precies zo ik het destijds heb opgeschreven:

 

Een hommel die zei eens tegen een bij
geef die honing alstublieft aan mij.
Mijn eten lusten mijn kinderen niet,
zij sterven van honger en van verdriet.

 

Thuis komen dat durf ik niet meer,
telkens slaat mijn vrouw mij weer.
Een van mijn kinderen is al ziek
Zij is opgenomen in de hommelkliniek.

 

Maar helaas is dit erg duur
wij hebben geen geld meer voor de huur.
De huisbaas wil ons uit zijn huisje drijven
en waar moeten wij dan blijven?

Wel dat is eenvoudig zei de bij
je woont van nu af aan bij mij.
Ik zou nu maar niet verder dralen
maar ga je familieleden halen.

 

Van nu af aan woont familie hommel
bij familie bij in Bommel
en als je toch naar Bommel gaat
loop dan eens langs hun honingraat.