Valley Rose

Zaterdagmiddag
om drie uur precies heb ik
een brief geschreven
aan de tegenslag.

 

Tegenslag, schreef ik, men zegt
dat u goed bent voor het karakter
maar ik vind u nogal slopend.

 

Daarna heb ik minstens een half uur
zitten signeren.
Voor mijn rechteroor, mijn neus,
voor het deel in mij dat ik
vol overtuiging liefheb en
voor het linkeroor
om afgunst te voorkomen.

 

Toen ben ik naar buiten gegaan
heb een Valley Rose geplant en
extra positief gedacht.

 

bijna vergeten
de bewaarde spijkerbroek
uit mijn slanke tijd
met trillende vleugels landt
een koolwitje op zijn knie

Mondriaan, Appel
het was fantastisch, zegt ze
geen bekende te zien

Even dichten

 

alsof een vers over de kachel
de eierkolen terugbrengt

 

een zee aan ongenoegen
verdwijnt in een schelp

 

die hardhorende oren van gevoel
dat zit daar maar
aan ontmaskering te ontkomen

 

een bevroren huis
de ongedekte tafel waarop zijn hand rust
mijn grijpgrage ogen

 

een windvlaag
en de stamelfabriek
valt uiteen

 

 

 

 

 

 

Anekdote

Op het dagverblijf voor dementerende ouderen, waar ik werkzaam was als activiteitenbegeleidster, stuitte ik met enige regelmaat op weerstand. Bij het geven van de medicijnen bijvoorbeeld. Mevrouw Appeldoorn weigerde steevast haar pillen in te nemen. Ook die avond. Het broodbeleg zat al in de botervloot, mes en vork stonden in de melkkan. De blik van mevrouw Appeldoorn stond op NEE.  Ik had al heel wat trucjes  toegepast, altijd met succes maar ik zag wel dat ik dit keer met iets beters zou moeten komen. Mevrouw Appeldoorn was rood aangelopen van boosheid. Om voor haar en mezelf wat ruimte te creëren liep ik even naar het aangrenzende kantoor, waar ik, kijkend naar de snoeppot, een lumineus idee kreeg.

 

Vandaag mag u kiezen, zei ik en hield haar als een dienblad mijn geopende hand voor. Welk pilletje wilt u? Mevrouw Appeldoorn keek naar mijn hand waarop, naast het minuscule pilletje dat zij in moest nemen, nogal contrastrijk een  pepermuntje lag. De weerzin op haar gezicht maakte plaats voor afschuw en bevend wees ze:
Als ik het dan toch voor het zeggen heb doe me dan maar het kleintje.

Een droom

‘Die vrouw gaat dood,’ zei ik. Mijn gezelschap keek naar de vrouw die ik aanwees. ‘Waar zie je dat aan?’ Ik keek nog eens goed en moest erkennen dat ik het nergens aan zag, ik wist het gewoon. Om haar te redden besloten we een kleine draai aan haar toekomst te geven, om zo de dood te dwarsbomen. Tevreden zagen we hoe zij door ons toedoen de trein miste. We zagen haar rennen en in een ander, vreemd voertuig stappen. Het hield het midden tussen een duikboot en een zeppelin. Ineens drong het tot me door dat ze, juist omdat wij ons ermee hadden bemoeid, zou gaan sterven. ‘Niet instappen,’ riep ik, maar ik was al te laat. Ik zag hoe het voertuig vaart maakte, van de weg raakte, een muur schampte en over de kop sloeg. Vanuit het niets klonk plotseling een stem die streng zei: ‘Niemand ontkomt aan zijn lot.’

NIEUW! Pauwenveren en judaspenning – Bestel deze bundel

Pauwenveren en judaspenning, haiku en senryu – Jeanine Hoedemakers
Prijs: 12,50 plus verzendkosten.
Bestellen:  jeaninehoedemakers@home.nl

Recensie in Meander – Joop Leibbrand:
http://meandermagazine.net/wp/2011/11/de-kleur-van-verstaan/

 

De tekeningen zijn van Jan van Woensel

 

Groei

mijn planten zijn gestorven
aan onbedoelde verwaarlozing

 

ik vergat ze niet
ik gaf ze meer dan ze nodig hadden
nam de tijd om na te gaan
waaruit zij bestonden en waartoe

 

met naderen en verwijderen in variaties
veroorzaakte ik kleine verschuivingen
in de atmosfeer

 

nu denk ik in planten die de tuin verlaten
om elders nieuwe wortels aan te maken

 

iets zal ik goed hebben gedaan
een viooltje dat er eerder niet was
bloeit nu in mijn voortuin

Observatie van een voorbijganger

of de grond hem meer
dan dragen alleen aan zal reiken
ik stel me voor hoe hij zich verend waant
elke stap een aanslag op onverzettelijkheid
met aan het einde van de dag
een spoor dat zich niet toont

 

zijn vinger gebiedend opgeheven
dan weer de armen
bedachtzaam op de rug