Op het dagverblijf voor dementerende ouderen, waar ik werkzaam was als activiteitenbegeleidster, stuitte ik met enige regelmaat op weerstand. Bij het geven van de medicijnen bijvoorbeeld. Mevrouw Appeldoorn weigerde steevast haar pillen in te nemen. Ook die avond. Het broodbeleg zat al in de botervloot, mes en vork stonden in de melkkan. De blik van mevrouw Appeldoorn stond op NEE. Ik had al heel wat trucjes toegepast, altijd met succes maar ik zag wel dat ik dit keer met iets beters zou moeten komen. Mevrouw Appeldoorn was rood aangelopen van boosheid. Om voor haar en mezelf wat ruimte te creëren liep ik even naar het aangrenzende kantoor, waar ik, kijkend naar de snoeppot, een lumineus idee kreeg.
Vandaag mag u kiezen, zei ik en hield haar als een dienblad mijn geopende hand voor. Welk pilletje wilt u? Mevrouw Appeldoorn keek naar mijn hand waarop, naast het minuscule pilletje dat zij in moest nemen, nogal contrastrijk een pepermuntje lag. De weerzin op haar gezicht maakte plaats voor afschuw en bevend wees ze:
Als ik het dan toch voor het zeggen heb doe me dan maar het kleintje.